Skip to Main Content
Header-afbeelding

Angelique Woudenberg leerde vooruit te kijken: ‘Maar dat lukte niet meer toen mijn zoon overleed’

Door de Kobo-redactie • maart 19, 2024Interviews

Als haar vader een blik op zijn pasgeboren dochter werpt, stormt hij het ziekenhuis uit. Haar moeder begrijpt er niets van, tot ze goed naar haar baby kijkt. Angelique Woudenberg (70) wordt in de jaren vijftig geboren als zwart kind in een wit gezin. ‘Iedereen zag het natuurlijk, maar er werd niet over gesproken.’

Angelique volgt haar eigen pad, tot haar zoon door zelfdoding om het leven komt en de levensles van haar moeder - altijd vooruitkijken - niet meer werkt. Ze loopt vast. Met haar boek hoopt ze anderen te inspireren dat er altijd een keuze is, ook als je denkt dat er niets meer mogelijk is.

Je jeugd was op zijn zachtst gezegd niet bepaald makkelijk. Het is niet zomaar een levensverhaal dat je met de wereld deelt.

“Ja. Maar toch heb ik mijn jeugd niet als zo heftig ervaren. Het was voor mij, in die tijd, gewoon zoals het was. Iedereen zag dat ik zwart was en mijn zussen wit, maar daar werd verder niet over gesproken. Voor hen was ik gewoon hun zus. Punt. En dat is natuurlijk een groot verschil met nu. Nu kun je bepaalde dingen echt niet meer zeggen. Als je daar in deze tijd over nadenkt, komt dat wel binnen - maar ik had er toen niet zo’n last van.”

Er werden dingen tegen jou als kind gezegd, waarvan ik ineen kromp. De juf op school die je voorstelde als ‘het negermeisje’, je vrienden die je ‘zwartjoekel’ noemden. Het is te makkelijk om te zeggen dat ‘het andere tijden’ waren, want racisme is er nog steeds. Hoe kijk je daar nu op terug?

“Dan denk ik: wow, wat heftig - maar ik kan dat gevoel niet terughalen, want het voelde toen niet zo. Mijn moeder, mijn lieve moeder, maakte dingen ook heel klein. In tegenstelling tot mijn zussen, die lang donkerblond haar hadden, had ik niet echt geweldig haar. Het zat alle kanten op. Ik werd daar dan op school wel mee gepest. Maar mijn moeder maakte dat heel klein, waardoor ik dat niet als heel erg heb ervaren.”

Je moeder was naast heel lief ook heel sterk, vond ik. Want zodra jij werd geboren, werd ook zij als een paria behandeld.

“Dat klopt. Mijn vader stormde de kamer uit toen hij me zag, het ziekenhuispersoneel roddelde over haar. Maar ondanks alle schande was mijn moeder er heel trots op dat ze me heeft gehouden - de maatschappelijk werker kwam het ziekenhuis al binnen met adoptiepapieren. Ongelooflijk. Het is heel krachtig en sterk van mijn moeder. Ze had al drie dochters, haar leven ging er met mijn komst heel anders uitzien, maar ze ging ervoor. Ze ging voor mij. En ze is altijd heel lief voor mij geweest.”

En je vader?
“Die verscheen op de laatste dag dat mijn moeder en ik in het ziekenhuis lagen opeens aan het bed. Hij had nagedacht. In het verleden had hij ook weleens een scheve schaats gereden, zei hij. Zand erover. Hij zou het kind opvoeden alsof het van hem was.”

Ook hier. Doorgaan, en zwijgen.
“Ja. Maar wat konden ze ook anders? Ze hadden al drie kinderen, en konden zich een scheiding simpelweg niet veroorloven. Ze gingen dit gewoon doen en het er niet meer over hebben. Mijn moeder ging dankbaar akkoord.”

Je moeder heeft je ook een van je grootste levenslessen geleerd: problemen zijn er om op te lossen. Kijk vooruit. Is dat, als je terugkijkt, een lieve maar ook een harde les?

“Mijn moeder zei altijd: ‘Je moet niet te veel praten over je kwaaltjes, anders word je er zelf een – voor anderen.’ Al is het nog zo heftig, dingen zijn er om op te lossen. Ik ben juist heel blij met die les. Want als je achterom blijft kijken, loop je de verkeerde kant op. Dat is een inzicht dat je je hele leven kunt gebruiken, en daar ben ik haar dankbaar voor.”

Tot het moment dat het niet meer werkte. Voor jou.

“Nee. Want voor de dood van mijn zoon was geen oplossing. Het werkte niet. Niets wat ik had meegekregen, werkte. Ik bleef achterom kijken - en liep de verkeerde kant op. Ik kwam in de hel terecht. Daar loop ik niet van weg, maar ik weet hoe-ie eruit ziet. En dat geldt voor elke moeder die een kind verliest. Voor een vader trouwens ook, maar als vrouw heb je je kind negen maanden onder je hart gedragen, voor het je lichaam verlaat bij de geboorte. Als je een kind verliest, wordt het nóg een keer uit je lichaam gerukt.”


Na de dood van je zoon Patrick ging je in je eentje naar Costa Rica. Waarom?

“Mijn vriendin Katja heeft dat voor me besloten, want ik kon niks beslissen. Ik wilde alleen maar weg. En ik dacht: best. Zolang ik maar alleen ben. En dat was ik daar. Alleen, maar niet eenzaam. Ik was zo in rust en stilte, omgeven door de natuur en zonder enige storing van buitenaf, dat ik heel dichtbij mezelf kwam. Ik heb daar de tijd en rust gevonden om mijn leven aan me voorbij te laten trekken. Dat heeft me heel goed gedaan.”

‘Als je de wonden van het verleden niet aanpakt, blijven ze bloeden’, schrijf je in je boek. Zijn ze in Costa Rica genezen?

“Ja. Ik kan nu naar het verdriet dat ik bij me draag, kijken zonder dat ik precies hoef te voelen hoe het toen was. Ik kan mijn zoon bij me dragen én andere mensen ermee helpen. Er is altijd een keuze. Ik heb die keuze gevonden - terwijl ik na de dood van Patrick dacht: ik wil ook niet meer. Dit is het. Maar zijn keuze was niet mijn keuze. Ik wílde door. Ik heb ook een dochter en twee kleinkinderen, maar zij hadden niets aan mij in de staat zoals ik was. Dus daar moest ik iets aan doen. Als ik voor hen wilde blijven, moest ik ook voor hen een sterke moeder en omi zijn.”

Is dat wat je de lezer ook wil meegeven met je boek?

“Iedereen ervaart pijn en ellende op zijn eigen manier, maar het delen ervan kan zo ontzettend veel opleveren. Mijn zussen hebben me altijd als hun zus gezien. Wat ik nog steeds moeilijk vind, merk ik, is dat ze het verschil tussen ons natuurlijk zagen. Iedereen zag dat. Ik heb ook gezien dat zij wit waren en ik zwart, maar voor hen was het makkelijker om er niet over te praten. Dat was voor iedereen in mijn familie makkelijker. Ik heb daar toen nooit bij stilgestaan. Heb het weggewuifd, het geaccepteerd. Nu, met dit boek, heb ik het gevoel dat ik het eindelijk wel mag zeggen. Nu mag je overal over praten. Dat verschil wil ik laten zien, dat dat zo veranderd is in de tijd. Dat je niet altijd in hetzelfde keurslijf hoeft te blijven lopen. Het is geweldig dat dat kan. Als ik mensen daarbij kan helpen met mijn boek, zou dat prachtig zijn.”

Foto auteur: William Rutte

Wil je contact met ons opnemen?

If you would like to be the first to know about bookish blogs, please subscribe. We promise to provided only relevant articles.